Op donderdag 24 september kwamen 25 dataprofessionals samen bij De Grasso in ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe editie van de DAMA Drinks. Van 15.00 tot 18.00 uur stond de middag in het teken van kennis delen, ervaringen uitwisselen en vooral de verbinding tussen datamanagement en de praktijk.De rode draad bleek gedurende de middag steeds duidelijker: succesvolle innovatie, Data & AI beginnen niet bij technologie, maar bij mensen, duidelijke verantwoordelijkheden en data die je kunt vertrouwen.
DAMA NL: samen het datamanagementvak verder ontwikkelen
Namens het bestuur van DAMA NL opende Erik Fransen de inhoudelijke middag met een introductie over DAMA en de ontwikkeling van het datamanagementvak. DAMA is een wereldwijd netwerk van dataprofessionals en vrijwilligers, actief in tientallen landen en via een groeiend aantal lokale chapters. De ontwikkeling van de DMBOK, het internationale CDMP-certificeringsprogramma en de nationale communities vormen daarin belangrijke pijlers.
Datamanagement werd daarbij niet neergezet als een verzameling losse technische disciplines, maar als het organiseren van de logistiek rondom data: ervoor zorgen dat data op het juiste moment, met de juiste betekenis, kwaliteit en verantwoordelijkheden beschikbaar is. Juist nu het datavak snel verandert en steeds meer functies, afdelingen en technologieën met data werken, wordt een gezamenlijke taal belangrijker. Business, IT en dataprofessionals moeten niet alleen hun eigen behoeften begrijpen, maar ook die van elkaar. En met de snelle opkomst van AI wordt dat alleen maar urgenter.
DAMA ondersteunt die gemeenschappelijke taal onder meer met de DAMA-DMBOK, het bekende DAMA Wheel, vakpublicaties, CDMP-certificering en vooral met de internationale en nationale community. DAMA NL vertaalt dat naar Nederland via werkgroepen, evenementen, partnerships en de samenwerking met de Vrienden van DAMA NL. Het bestuur bestaat volledig uit vrijwilligers en richt zich nadrukkelijk op het verder uitbouwen van dat ecosysteem en die community.
Het Innovatie Kwartier Den Bosch als plek waar data zichtbaar wordt
Daarna nam Cassandra Vugts van SPARK Campus de deelnemers mee in de ontwikkeling van Den Bosch Datastad en het Innovatie Kwartier Den Bosch (IKDB). Haar verhaal maakte duidelijk dat het Innovatie Kwartier veel meer moet worden dan een gebied met nieuwe gebouwen. De ambitie is een ecosysteem waarin bedrijfsleven, onderwijs, overheid, studenten, professionals en creatieve makers elkaar daadwerkelijk ontmoeten en samen aan concrete vraagstukken werken. SPARK werkt al langer vanuit die gedachte van hybride leren: niet alleen praten over nieuwe technologie, maar ermee experimenteren en mensen de vaardigheden laten ontwikkelen die daarvoor nodig zijn.
In het gebied rond de Bossche spoorzone moeten wonen, werken, leren en innoveren steeds meer in elkaar grijpen. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de hybride leeromgeving. Studenten werken er niet los van de praktijk aan theoretische opdrachten, maar samen met professionals, kennisinstellingen, bedrijven en overheid aan echte vraagstukken.
Cassandra liet verschillende voorbeelden zien van wat dat concreet kan betekenen. Met digital twins kunnen bijvoorbeeld scenario’s rond hittestress, wateroverlast, energiegebruik en natuur worden doorgerekend voordat in de fysieke omgeving ingrepen worden gedaan. Ook robotica en autonome systemen bieden nieuwe mogelijkheden: van inspectiewerk tot toepassingen op de bouwplaats. AI versnelt veel van deze ontwikkelingen verder.
Maar juist daar ontstond ook de verbinding met het datamanagementvak. Om zo’n digitale omgeving betrouwbaar te gebruiken, moeten datasets uit verschillende organisaties kunnen worden gecombineerd. Betekenis, standaarden, kwaliteit en beschikbaarheid van data bepalen uiteindelijk wat met zo’n digital twin, robot of AI-toepassing mogelijk is. Innovatie is daarmee niet alleen een technisch vraagstuk. Professioneel datamanagement vormt het fundament waarop die innovatie kan worden opgeschaald.
Een Data Steward heeft meer nodig dan een functietitel
Met Philip du Maine van Connected Data Group verschoof het perspectief vervolgens van het ecosysteem naar de organisatie. Zijn centrale vraag: hoe zorg je ervoor dat Data Stewards daadwerkelijk hun werk kunnen doen? Dat is een relevante vraag, want veel organisaties hebben inmiddels Data Owners en Data Stewards benoemd, terwijl de rol in de dagelijkse praktijk nog lang niet altijd goed functioneert. In de aankondiging van de bijeenkomst stond daarom bewust de vraag centraal hoe data stewardship méér wordt dan alleen een rol op papier.
Een Data Owner heeft verantwoordelijkheid voor data binnen een bepaald domein. De Data Steward zit dichter op de dagelijkse praktijk: definities verduidelijken, datakwaliteitsproblemen signaleren en helpen oplossen, afdelingen bij elkaar brengen en ervoor zorgen dat afspraken daadwerkelijk worden toegepast. Daarvoor zijn echter scope, tijd, toegang tot informatie en vooral mandaat nodig. Wie voor iedere beslissing opnieuw naar verschillende managementlagen moet escaleren, is nauwelijks empowered.
Philip liet zien dat ook de processen rondom de steward goed ingericht moeten zijn. Een medewerker moet weten waar een dataprobleem kan worden gemeld, wie het oppakt, hoe een besluit wordt genomen en wanneer escalatie noodzakelijk is. Daarvoor hoeft niet per definitie een compleet nieuw systeem te worden gebouwd; bestaande issue- of servicemanagementprocessen kunnen vaak prima worden benut.
Hetzelfde geldt voor metadata. Definities, datasets, verantwoordelijken, beslissingen en datakwaliteitsregels moeten vindbaar en herbruikbaar zijn, bijvoorbeeld via een data catalogus of een centrale Data Management Hub. Een steward heeft bovendien een belangrijke communicatieve rol. Data governance werkt alleen wanneer mensen weten waar ze terechtkunnen én begrijpen waarom bepaalde afspraken bestaan.
Een belangrijk praktisch advies uit Philips verhaal was om niet direct te proberen de hele onderneming te governancen. Begin met een concreet probleem, een domein of een aantal Critical Data Elements. Richt daarvoor rollen, besluitvorming, kwaliteitsregels en escalatie goed in, toon dat het werkt en breid vervolgens verder uit. Ook hier kwam AI weer terug: organisaties die AI-agents en andere geautomatiseerde toepassingen inzetten, worden nog afhankelijker van betrouwbare definities, goede toegangsregels en voldoende datakwaliteit.
25 deelnemers, veel interactie
Met 25 aanwezigen bleef de bijeenkomst bewust compact. Daardoor ontstond gemakkelijk discussie tussen spreker en zaal en was er ruimte om voorbeelden uit verschillende organisaties naast elkaar te leggen. Onder de geregistreerde deelnemers bevonden zich ook meerdere Vrienden van DAMA NL, wat zorgde voor een mooie verbinding tussen de bredere community en organisaties die DAMA NL actief ondersteunen.
Vooral tijdens het gesprek over data stewardship kwamen herkenbare vragen naar voren over eigenaarschap, definities, mandaat, escalatie en de positie van de steward binnen bestaande organisaties. Daarmee werd het geen middag van alleen presentaties, maar juist van het delen van praktijkervaringen.
Na de inhoudelijke bijdragen was er vanzelfsprekend nog volop gelegenheid om tijdens de DAMA Drinks verder te praten. Onder het genot van een drankje gingen de discussies over governance, data stewardship, AI en het Innovatie Kwartier gewoon door en werden nieuwe contacten gelegd.
Daarmee sloot de middag precies aan bij waar DAMA NL voor wil staan: een community waarin dataprofessionals niet alleen kennis halen, maar kennis en ervaring met elkaar delen en het vakgebied samen verder brengen.
En misschien was dat ook wel de belangrijkste boodschap van deze editie in Den Bosch: innovatie vraagt om technologie, maar duurzame innovatie vraagt om goed datamanagement én mensen die samen verantwoordelijkheid nemen voor data.





